De overheid speelt een cruciale rol in de samenleving door wetten en regels vast te stellen die het gedrag van individuen en organisaties reguleren. Maar hoe gaat een overheid nou precies te werk?
Ontdek in deze verdieping hoe de overheid functioneert. De verdieping zal bestaan uit verschillende onderdelen, van hoe een overheid wordt gevormd tot hoe keuzes worden gemaakt.
Deze verdieping is gemaakt in de zomer van 2023.
In deze verdieping duiken we in het Nederlands klimaatbeleid aan de hand van twee percentages: 49% en 55%. Deze getallen zijn de ambities van respectievelijk de kabinetten Rutte-III en Rutte-IV om emissies, ten opzichte van 1990, te verminderen in 2030.
In deze verdieping staat klimaatbeleid tot en met 2030 centraal. We starten, na een korte introductie, in 2017. In dit jaar werden de eerste Nederlandse klimaatplannen gepresenteerd om te voldoen aan het Akkoord van Parijs. Vervolgens ontdek je hoe deze ambities zich hebben ontwikkeld en of we op schema liggen om de gestelde doelen te halen.
Deel 1 focust op het 49%-doel. Het coalitieakkoord van Rutte-III (oktober 2017) bepaalde deze ambitie en schiep hiermee de kaders voor de afspraken van het Klimaatakkoord.
Deel 2 focust op het 55%-doel. Het regeringsakkoord Rutte-IV presenteerde dit nieuwe doel in december 2021, mede naar aanleiding van hernieuwde Europese klimaatambities.
Deel 3 laat zien of we op schema liggen om de 49% en 55% doelen te halen en welke andere klimaatdoelen ook voor Nederland gelden.
In zes hoofdstukken leer je over de ambities en uitvoering van het Nederlands klimaatbeleid. Hierna volgt een samenvatting met de belangrijkste ontwikkelingen in het Nederlands klimaatbeleid. Ook ontdek je hoe je verder kan leren over het onderwerp in andere bronnen. Ter afsluiting kan je een quiz doen om jouw opgedane kennis te testen.
Wetenschappers ontdekten al in de 19e eeuw hoe klimaatverandering ontstaat. De Fransman Fourier beschreef het broeikaseffect in 1824 en de Amerikaan Tyndall constateerde in 1859 dat de gassen CO2, ozon en waterdamp hiervoor verantwoordelijk waren. De Zweed Arrhenius rekende in 1896 uit dat meer menselijke uitstoot van broeikasgassen zorgde voor een stijging van de mondiale temperatuur.
Toch duurde het nog bijna een eeuw voordat er internationaal aandacht kwam voor de gevaren van klimaatverandering. Ontdek in de tijdlijn hieronder welke relevante ontwikkelingen, voor het Nederlands klimaatbeleid, er tussen 1972 en 2017 hebben plaatsgevonden.
Op de 1972 Verenigde Naties Conferentie over het Menselijk Leefmilieu werd de term ‘duurzame ontwikkeling’ voor het eerst geïntroduceerd. Ook had de conferentie als doel om aandacht te vestigen op de toenemende wereldwijde milieuproblemen, zoals de groeiende hoeveelheid afval, water- en luchtvervuiling en de vermindering van biodiversiteit.
De eerste klimaatconferentie vond plaats in Genève in 1979. De Wereld Meteorologische Organisatie wilde met deze bijeenkomst de wetenschappelijke kennis over het klimaat beter verzamelen.
Deze conferentie leidde ook tot de oprichting van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 1988. Dit onafhankelijk, wetenschappelijk orgaan ging de Verenigde Naties informeren over klimaatverandering. Het IPCC bestaat nog steeds en bestaat uit duizenden wetenschappers van over de hele wereld. Het zesde, en hiermee meest recente, rapport van de IPCC kwam uit in 2021.
In de jaren ‘90 werd Nederland internationaal gezien als gidsland voor milieubeleid. In 1991 werd voor het eerst afgesproken om emissies te reduceren: de hoeveelheid CO2 moest met 3-5% zijn verminderd in 2020 ten opzichte van 1990.
Met het mondiale klimaatverdrag van 1992 (UNFCCC) werd wereldwijd de dreiging van klimaatverandering onderschreven. Het hoofddoel van het verdrag is het stabiliseren van broeikasgasemissies om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Vanaf 1995 komen landen jaarlijks bijeen in Conference of Parties (COPs) om de uitwerking van het verdrag nader te bepalen.
De Derde Energienota (1995) vormde niet alleen de basis van het huidige Nederland energiebeleid, met bijvoorbeeld de liberalisering van de energiemarkt, maar stelde ook een nieuw CO2-reductie doel: stabilisatie in 2020 ten opzichte van 1990.
De afspraken van het internationale Kyoto Protocol werden in 1997 vastgelegd: Nederlands moest haar broeikasgasemissies met gemiddeld 6% reduceren in de periode 2008 - 2012. Maximaal de helft van deze reductie mocht met activiteiten in het buitenland plaatsvinden.
In januari 2005 werd het European Union Emissions Trading Scheme (EU ETS) gelanceerd. Dit was het eerste, grote systeem om emissierechten te verhandelen, met als doel om emissies op een kosteneffectieve manier in Europa te reduceren.
Het kabinet Balkenende-IV kwam in het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ (2007) met een nieuwe klimaatambitie: 30% minder broeikasgasemissies in 2020 ten opzichte van 1990. Dit zou bij voorkeur in Europees verband moesten worden geregeld.
Met het Akkoord van Parijs (2015) kwam de internationale gemeenschap, tijdens COP21, overeen om de opwarming van de aarde te beperken tot uiterlijk 2°C en te streven naar een beperking tot 1,5°C.
In 2013, mede door de maatschappelijke wens om de energievoorziening te verduurzamen, nam de Sociaal Economische Raad (SER) het initiatief om tot het Energieakkoord (2016) te komen. Hierin werden geen nieuwe emissiedoelen opgenomen, maar wel afspraken voor energiebesparing (100 petajoule per 2020) en opwekken van hernieuwbare energie (14% in 2020 en 16% in 2023).
Het Energierapport (2016) legde de doelen het Energieakkoord vast, samen met de toenmalige Europese ambitie om de CO2-uitstoot met 40% te verminderen in 2030 en in 2050 met 80-95% op Europees niveau.
De Energieagenda (2016) schetste de hoofdlijnen van het energiebeleid tot 2050. Per ‘functionaliteit’ (lage temperatuur warmte, hoge temperatuur warmte, kracht en licht en vervoer) werd een transitiepad naar 2050 beschreven.
Nu heeft niet elke beslissing een grote impact op je leven. Als je een keer je paraplu vergeet omdat je er overtuigd van bent dat het niet kan gaan regenen, is nat worden waarschijnlijk het ergste resultaat. Maar je wilt niet dat vooroordelen een grote rol spelen bij belangrijke beslissingen. Focus daarom op het onschadelijk maken van vooroordelen bij belangrijke beslissingen.
Voordat je leert hoe je dit kan doen, is het van belang om te begrijpen hoe je brein werkt. In het volgende hoofdstuk maak je kennis met het systeem dat bijna alle beslissingen voor je neemt.