fundamental designs

Zoek

De Nederlandse invulling van het Europese 55%-doel

Nederlands klimaatbeleid is anders dan die van de Europese Unie. De onderwerpen zijn vergelijkbaar, maar de focus en kaders zijn verschillend. Laten we ze met elkaar vergelijken.  

ETS, ESR & LULUCF

De Europese Unie (EU) gebruikt drie instrumenten om emissies te reduceren: het Europese Emissiehandelssysteem (ETS), de ‘Effort Sharing Regulation’ (ESR) en ‘Land use, land use change and forestry’ (LULUCF). Alle emissies vallen binnen een van deze categorieën. Als we dit vergelijken met de Nederlandse opzet, is de verdeling als volgt:

Europese Unie

Nederland

Effort Sharing Regulation (ESR)

Gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en de niet-energie-intensieve industrie

Europees Emissiehandel Systeem (ETS)

Elektriciteit en energie-intensieve industrie en CO2-emissies van de luchtvaart binnen de EU

Land use, land use change and forestry (LULUCF)

Landgebruik

Deze Europese verdeling past vrij aardig bij de Nederlandse opzet. LULUCF past precies bij de Nederlandse sector landgebruik. Het grootste deel van emissies uit het ETS komt van de sectoren elektriciteit en industrie. Voor de ESR gold (in 2020) dat 14% van de emissies kwam van elektriciteit en industrie, de rest hoorde bij de gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw. 

Met Fit for 55 gaan de ESR, ETS en LULUCF veranderen. Voor het ETS zijn dat de volgende zaken:

o

Bedrijven die onder het (oude) ETS vallen, (binnenlandse elektriciteitsproductie, grote industriële bedrijven, deel van de internationale scheep- en luchtvaart) moeten gezamenlijk hun emissies in de EU met 62% reduceren in 2030 in vergelijking met 2005. Vanaf 2039 zijn er voor dit ETS geen nieuwe emissierechten meer. 

o

Er komt een nieuw, ander ETS voor (o.a.) mobiliteit, gebouwde omgeving en overige industrie. Bedrijven die onder dit systeemvallen moeten gezamenlijk hun emissies in de EU met 42% reduceren in 2030 in vergelijking met 2005. Vanaf 2044 zitten waarschijnlijk geen emissierechten meer in dit systeem. 

Voor het ESR zijn dat de volgende zaken:

o

Een verhoging van het Europese doel van 29% naar 40% reductie in 2030 ten opzichte van 2005. 

o

Het Nederlandse doel wordt verhoogd van 36% naar 48% reductie in 2030 ten opzichte van 2005. Dit betekent een extra reductie van 15 megaton in vergelijking met het oude doel. 

o

Voor elk jaar in de periode 2021 – 2030 geldt een emissieplafond. De cumulatieve opgave voor Nederland wordt hiermee 62 megaton meer dan de eerdere opgave.

o

Er komt ook een nieuw ETS voor de gebouwde omgeving en wegtransport, wat (voorlopig) naast het andere ETS voor elektriciteit en energie-intensieve industrie gaat bestaan.

En tenslotte is er één belangrijke aanpassing voor het LULUCF:

o

In de EU moet de koolstofvastlegging met 15% zijn toegenomen in 2030: het moet dan 310 gigaton per jaar zijn voor alle lidstaten samen. Voor Nederland geldt dat emissies uit landgebruik in 2030 maximaal 4,52 megaton mogen zijn. 

Deze Europese wijzigingen hebben de volgende effecten op de Nederlandse sectoren.

wdt_ID Sector EU ETS ESR LULUCF
7ElektriciteitHogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidieMogelijk hogere vraag naar elektriciteit om emissies te reducerenGeen
8IndustrieMinder gratis rechten en hogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidieNiet ETS-emissies van industrie kan bijdragen aan doelstellingGeen 
9Gebouwde omgevingNieuw systeem: ETS-prijs heeft invloed op aardgasprijs en dus verbruikReducties in emissies dragen bij aan doelstellingGeen
10Landbouw & LandgebruikGeenReductie van emissies draagt bij aan doelstellingUitstoot en vastlegging door landgebruik krijgt groter belang
11MobiliteitNieuw systeem: ETS-prijs kan tot reductie van emissies leidenReductie van emissies draagt bij aan doelstellingGeen

Sector

EU ETS

ESR

LULUCF

Elektriciteit

Hogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidie

Mogelijk hogere vraag naar elektriciteit om emissies te reduceren

Geen

Industrie

Minder gratis rechten en hogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidie

Niet ETS-emissies van industrie kan bijdragen aan doelstelling

Geen

Gebouwde omgeving

Nieuw systeem: ETS-prijs heeft invloed op aardgasprijs en dus verbruik

Reductie van emissies draagt bij aan doelstelling

Geen

Landbouw & Landgebruik

Geen

Reductie van emissies draagt bij aan doelstelling

Uitstoot en vastlegging door landgebruik krijgt groter belang

Mobiliteit

Nieuw systeem: ETS-prijs kan tot reductie van emissies leiden

Reductie van emissies draagt bij aan doelstelling

Geen

RED & EED

Nederland focust haar klimaatbeleid vooral op het reduceren van broeikasgasemissies. De EU heeft ook nog doelstellingen voor de opwek van hernieuwbare energie (RED) en energiebesparing (EED). De eerste doelen voor de RED stammen uit 2009 en in 2018 waren deze herzien. Het EED kwam in 2012 tot leven. Met Fit for 55 zijn beide richtlijnen vernieuwd.

Voor RED hebben de volgende veranderingen plaatsgevonden:

o

Verhoging van de Europese doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie in het (bruto-)eindverbruik van energie: van 32% naar minimaal 42,5%. 

o

Er is geen bindend doel voor EU-lidstaten, maar de Europese Commissie noemt 39% hernieuwbare energie in 2030 als efficiënte bijdrage voor Nederland. De vorige bijdrage, passend bij het 32%-doel, was 27%.

o

Er zijn ook nog een aantal subdoelen die gelden voor Nederland. Klik op het menu hieronder om deze te zien.

o

  • Afname van 13% van de emissie-intensiteit van transportbrandstoffen in 2030.
  • Minimaal 2,2% geavanceerde biobrandstoffen in 2030.
  • Minimaal 2,6% groene waterstof of e-fuels in transport-brandstoffen (inclusief het gebruik in raffinaderijen) in 2030.
  • Jaarlijkse stijging van 1,1 procentpunt in het gebruik van hernieuwbare energie in de industrie
  • 49% hernieuwbare energie in de gebouwde omgeving in 2030 op EU-niveau: elke lidstaat moet aangeven hoe aan dit doel wordt bijgedragen.
  • Jaarlijkse stijging van 1,4 procentpunt in het aandeel hernieuwbare energie in verwarming en koeling.
  • Jaarlijkse stijging van 2,1 procentpunt in het aandeel van hernieuwbare energie of restwarmte in warmte- en koudenetten.

De EED stelt de volgende nieuwe doelen:

o

Reductie in energiegebruik van met 11,7% ten opzichte van de prognoses in 2030.

o

Nederland moet hierdoor in 2030 een finaal verbruik van maximaal 1.609 petajoule en een primair verbruik van maximaal 1.935 petajoule hebben.

o

De EED-verplichting moet worden ingevuld met nationaal beleid. Er mag geen gebruik worden gemaakt van andere Europese instrumenten, zoals bijvoorbeeld het ETS voor de gebouwde omgeving en transport. Het aantonen van de nationale bijdrage aan het EED is een vrij complexe opgave.

Deze wijzigingen hebben de volgende effecten op de Nederlandse sectoren:

wdt_ID Sector EU ETS ESR LULUCF
12ElektriciteitHogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidieMogelijk hogere vraag naar elektriciteit om emissies te reducerenGeen
13IndustrieMinder gratis rechten en hogere ETS-prijs, wat leidt tot lagere SDE++-subsidieNiet ETS-emissies van industrie kan bijdragen aan doelstellingGeen 
14Gebouwde omgevingNieuw systeem: ETS-prijs heeft invloed op aardgasprijs en dus verbruikReducties in emissies dragen bij aan doelstellingGeen
15Landbouw & LandgebruikGeenReductie van emissies draagt bij aan doelstellingUitstoot en vastlegging door landgebruik krijgt groter belang
16MobiliteitNieuw systeem: ETS-prijs kan tot reductie van emissies leidenReductie van emissies draagt bij aan doelstellingGeen

Sector

RED

EED

Elektriciteit

Mogelijk sterke groei in de vraag naar hernieuwbare elektriciteit

Mogelijk lagere vraag door maatregelen voor besparing van energie

Industrie

Gebruik hernieuwbare energie telt mee voor doelstelling

Minder energieverbruik draagt bij aan nationale doelstelling

Gebouwde omgeving

Gebruik hernieuwbare energie telt mee voor doelstelling

Minder energieverbruik draagt bij aan nationale doelstelling en landen moeten expliciet beleid tegen energie-armoede voeren

Landbouw & landgebruik

Gebruik hernieuwbare energie telt mee voor doelstelling

Minder energieverbruik draagt bij aan nationale doelstelling

Mobiliteit

Geen

Minder energieverbruik draagt bij aan nationale doelstelling

RED & EED

ETD & CBAM

De Europese Commissie heeft ook voorstellen gedaan om het belastingsysteem synchroon te laten lopen met de klimaatambities. Hiervoor zijn aanpassingen gemaakt in het Energy Taxation Directive (ETD). In de tabel hieronder is te zien welke aanpassingen dit zijn en wat de gevolgen voor Nederland zijn.

Aanpassing ETD

Gevolgen voor Nederland

Nieuwe minimum belastingtarieven voor energie

Weinig, tarieven in Nederland zijn vrij hoog ten opzichte van andere landen en al vaak ruim boven het nieuwe minimum.

Lidstaten moeten gelijke tarieven hanteren

(Grote) aanpassing van de energiebelasting en ode: hogere tarieven in de eerste en tweede schijf moeten naar beneden of de lagere tarieven in de derde en vierde schijf moeten naar boven

Lidstaten moeten dezelfde rangschikking als de ETD hanteren in tariefstelling

Accijnzen op diesel en benzine moeten nu gelijk worden belast, terwijl de belasting op diesel nu lager is dan die op benzine. Beide tarieven moeten ook hoger zijn dan die van biobrandstoffen. Voor elektriciteit moet het laagste tarief gelden, terwijl het nu door de energiebelasting en ODE twee keer zo duur als aardgas is.

Beperking voor vrijstellingen en verlaging tarieven

Hogere energiekosten voor specifieke sectoren

Minimumtarieven voor het energiegebruik in de internationale lucht- en scheepvaart

Meer belastingopbrengsten

Het nieuwe carbon border adjustment mechanism (cbam) laat importproducten van buiten de EU een CO2-heffing betalen die gelijk is aan die van producten gemaakt binnen de EU. Dit mechanisme zal in het begin gelden voor staal, ijzer, elektriciteit en kunstmest, maar de Europese Commissie kan later nog meer producten toevoegen. De hoogte van de heffing hangt af van de marktprijs van het ETS. Het invoeren van CBAM zal de concurrentiepositie van Nederlandse industrie versterken.

De EU gebruikt verschillende type wetgeving voor haar klimaatbeleid. Ontdek de verschillen hiertussen. 

Klimaat Veelvraat 1 (Klimaatbeleid)

de opties en keuzes van Rutte-IV

Tijdens het schrijven van het coalitieakkoord van Rutte-IV (najaar 2021) waren nog niet alle consequenties van Fit for 55 voor Nederland goed bekend. Wel hadden ambtenaren in het rapport Bestemming Parijs (januari 2021) uiteengezet hoe Nederland een Europese 55%-doelstelling kon vertalen naar haar eigen klimaatbeleid. Zij kwamen tot drie varianten: 

wdt_ID Variant Omschrijving Consequenties
17ANationale reductiedoel blijft 49%, alleen noodzakelijke extra inspanning voor ESR-doelstellingen11 megaton extra emissiereductie nodig in ESR-sectoren
18BNationale reductiedoel wordt opgehoogd naar 55%. 27 megaton extra emissiereductie nodig in zowel ESR- als ETS-sectoren
19CEuropese afspraken bepalen nationale opgaven en er is geen (extra) nationale doelstellingIndustrie hoeft minder emissies te reduceren. Nederland loopt dan wel achter bij het Europees gemiddelde en moet in de periode 2030 - 2050 een hoop emissies reduceren om klimaatneutraliteit te realiseren

Variant

Omschrijving

Consequenties

A

Nationale reductiedoel blijft 49%, alleen noodzakelijke extra inspanning voor ESR-doelstellingen

11 megaton extra emissiereductie nodig in ESR-sectoren

B

Nationale reductiedoel wordt opgehoogd naar 55%

27 megaton extra emissiereductie nodig in zowel ESR- als ETS-sectoren

C

Europese afspraken bepalen nationale opgaven en er is geen (extra) nationale doelstelling

Industrie hoeft minder emissies te reduceren. Nederland loopt dan wel achter bij het Europees gemiddelde en moet in de periode 2030 – 2050 een hoop emissies reduceren om klimaatneutraliteit te realiseren

De drie varianten waren ontwikkeld omdat de doelen uit de Europese Klimaatwet niet direct te vertalen zijn naar een nationale context. Het is aan de Nederlandse politiek hoe invulling te geven aan het Europese doel. De ambtenaren hadden deze varianten uitgewerkt om de politiek te helpen.

Rutte-IV koos voor variant B. Met de opgave voor de ESR zouden er 11 megaton extra emissies moeten worden gereduceerd. Daar bovenop komt nog eens 16 megaton die zou moeten worden bereikt met reducties in zowel ESR- als ETS-sectoren: dit is extra ten opzichte van de Europese doelen. Met de keuze voor variant B nam de overheid meer nationale regie en koos het voor meer emissiereductie tot 2030, waardoor de opgave tussen 2030 en 2050 makkelijker zou worden. 

Het coalitieakkoord van Rutte-IV bevat (voorlopige) maatregelen om het nieuwe, nationale 55%-doel te realiseren. De extra voorgestelde emissiereductie bedroeg 25,4 – 31,0 megaton en is verdeeld op de volgende manier:

Subsidieregeling CO2-vrije gascentrales0,5 – 2,0 megaton
Stimulering hybride warmtepompen (150.000 per jaar)0,9 megaton
Sneller naar isolatienorm huur (koppeling met afschaffing verhuurderheffing)1,0 megaton
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed1,0 megaton
Energieprestatie-eisen nieuwbouw industrie0,1 megaton
Schuif energiebelasting 1e schijf (van elektriciteit)1,3 megaton
Bijmengverplichting groen gas (20%)2,88 – 2,9 megaton
Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht0,1 – 0,5 megaton
Stimuleringsprogramma ontwikkeling en opschaling recycling0,1 megaton
Verplicht percentage recyclaat in bouwmaterialen0,15 – 0,3 megaton
Circulaire ketenprojecten0,01 megaton
Aanscherpen CO2-heffing industrie4,0 megaton
Tariefstructuur energiebelasting voor gas en elektra0,5 megaton
Afschaffen vrijstellingen energiebelasting – mineralogische en metallurgische procedés0,1 – 0,5 megaton
Stikstofpakket5,0 megaton
Beperken inputvrijstelling in de energiebelasting voor aardgas gebruikt in WKKs1,0 megaton
Afschaffen verlaagd tarief belasting aardgas glastuinbouw1,0 megaton
Vergroening personenvervoer en reisgedrag0,3 – 0,5 megaton
Motorrijtuigenbelasting++ EV/Fossiel (km-stand)2,5 megaton
Vrijstelling aanschafbelasting bestelauto naar 0% in 20260,7 megaton
Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding-0,2 – -0,2 megaton
Verhogen budget EIA0,2 megaton
Verhogen budget MIA/VAMIL0,3 megaton
Doorwerking Fit-for-551,0 – 2,0 megaton
Doorwerking klimaatakkoord + augustusbesluitvorming2,0 – 4,0 megaton

Om deze reductie te realiseren, werden ook de volgende maatregelen genomen:

o

Er komt voor tien jaar een klimaat- en transitiefonds van €35 miljard.

o

Een minister voor Klimaat en Energie gaat regie voeren over beleid en het klimaatfonds

o

Er komen maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters in de industrie

o

Het gebruik van houtige biomassa voor energiedoeleinden wordt afgebouwd

o

Er komen twee nieuwe kerncentrales

o

De gaswinning in Groningen wordt conform plan afgebouwd

o

Er komt een langjarige Nationaal Isolatieprogramma

o

In 2030 zijn alle nieuwe auto’s emissieloos

o

In 2030 komt er een systeem voor Betalen naar Gebruik voor auto’s

Het hoofdlijnenakoord van Schoof-I (mei 2024) staat de nieuwe regering zich vasthoudt aan de bestaande doelen. Expliciet staat vermeld dat er geen nationale koppen op Europese doelstellingen komen. 

de opties en keuzes van Rutte-IV

tijd voor de cijfers

Dit was een leuk hoofdstukje met allerlei afkortingen. Sorry hiervoor, maar wij hebben de namen ook niet bedacht. Elke maatregel (en dus afkorting) heeft zijn eigen logica, maar ze allemaal bij elkaar maakt het al snel ingewikkeld. Het gegeven dat de EU en Nederland op sommige punten ook een andere invalshoek kiezen, zorgt ervoor dat het totaalplaatje nogal ingewikkeld is. 

Het goede nieuws is dat je nu wel alle ambities, doelen en plannen hebt gelezen. Laten we ontdekken of deze ook daadwerkelijk leiden tot emissiereductie. 

Winkelwagen
Winkelwagen is leeg