In het Akkoord van Parijs (december 2015) maakten 195 landen de afspraak om de opwarming van de aarde te beperken tot uiterlijk 2°C en te streven naar een beperking van 1,5°C. Het kabinet Rutte-III stelde in haar regeerakkoord (oktober 2017): “het is onze plicht er alles aan te doen die doelstelling te halen”. Op basis van deze plicht volgde het doel om 49% emissiereductie in 2030 te behalen.
De regering Rutte-III besloot om broeikasgassen met 49% reduceren in 2030 ten opzichte van 1990. Op dat moment was dit doel ambitieuzer dan die van de Europese Unie: deze was toen 40% reductie in 2030. Echter, deze Europese doelstelling was onvoldoende om te voldoen aan het (toen nieuwe) Akkoord van Parijs. Met het 49%-doel zou Nederland haar bijdrage leveren om de mondiale opwarming te beperken tot 2°C.
Klik op mij! Ik kom je helpen!
Hallo, ik ben de Klimaat Veelvraat! Mijn leven bestaat uit het oppeuzelen van zoveel mogelijk broeikasgassen. Ik vind ze heerlijk en ze houden mij ook lekker jong en fit. Helaas kan ik niet zoveel broeikasgassen eten om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, maar ik doe wel mijn best om mijn bijdrage te leveren.
In de komende hoofdstukken verschijn ik soms in beeld om allerlei zaken rondom klimaatbeleid uit te leggen. Met dit icoontje zie je mijn aanwezigheid en kan je meer leren over een onderwerp dat aan bod komt, maar in de tekst niet volledig is uitgelegd. Soms is er niet de ruimte om alles uit te leggen of is een onderwerp voor sommigen bekender dan voor anderen. Ik leg je graag meer uit als je daar behoefte aan hebt.
Bovendien ben ik ook super gezellig, dus je mag ook alleen op mij klikken om gewoon even bij te praten. Helaas is het niet mogelijk, ondanks vele verzoeken, om mij te adopteren of mij te gebruiken als klimaatcompensatie voor je vlucht naar de Malediven. Leuker kan ik het wel maken, niet makkelijker.
Benieuwd hoe het werkt? Klik op het icoontje om meer te lezen over het referentiejaar 1990. Let op: dit bericht sluit dan ook direct af.
Technische Praat met de Klimaat Veelvraat
het referentiejaar 1990
Is het toevallig dat zowel de Europese Unie als het regeerakkoord van Rutte-III focussen op reductie ten opzichte van 1990?
Nee, ook bijvoorbeeld het Klimaatakkoord en de Klimaatwet zijn gebaseerd op reductie ten opzichte van 1990. En zij niet alleen, ook bijvoorbeeld het kyoto protocol en het urgenda-vonnis deden dit dit al eerder.
Waar komt dit jaartal vandaan?
De oorsprong van dit referentiejaar komt uit mondiale klimaatverdrag, de unfccc van 1992. Hierin werden (ontwikkelde) landen verplicht om hun emissies te rapporteren, startend in 1990. Sindsdien gebeurt dit jaarlijks. Ook voor Nederland zijn er pas vanaf 1990 goede data over emissies te vinden.
Worden er ook wel eens andere jaren gebruikt?
Soms gebruiken landen ook andere referentiejaren, wat hier bijvoorbeeld te zien is. Vaak heeft dit een politiek motief: door een referentiejaar te kiezen waarin een land hoge emissies had, kan het de schijn opwerpen van een hogere ambitie.
Laten we dit bekijken aan de hand van een voorbeeld met de fictieve landen KlimaatParadijs en FossielWalhalla:
Helder! Ga je nog wat leuks doen dit weekend?
Mijn buurman Methaan Pelikaan heeft een nieuwe afvalplaats vol met uitstoot gevonden, dus ik kan niet wachten om daar wat van te consumeren!
Het 49%-doel zou, zo schreef het Regeerakkoord, “worden verankerd in een Klimaatwet” en er zou een “nationaal Klimaat- en energieakkoord” komen om maatschappelijke partijen meer zekerheid te geven. Het Klimaatakkoord wordt in hoofdstuk 2 uitvoerig besproken: laten we eerst kijken wat er in de Klimaatwet staat.
In mei 2019 werd de Klimaatwet officieel door de Eerste Kamer goedgekeurd. Hiermee is het 49%-doel wettelijk vastgelegd. Ook stelt de Klimaatwet dat emissies in 2050 95% lager moeten zijn dan in 1990.
De Klimaatwet schrijft ook wettelijke verplichtingen voor om te rapporteren over de voortgang van klimaatbeleid. De volgende documenten zijn vereist:
o
Het Klimaatplan bevat de hoofdzaken van het klimaatbeleid voor de volgende tien jaar en wordt elke vijf jaar opnieuw vastgesteld.
o
De Klimaatnota beschrijft jaarlijks het standpunt van de regering over de voortgang van het klimaatbeleid.
o
De Raad van State adviseert over het Klimaatplan en de Klimaatnota.
o
De Klimaat-en Energieverkenning geeft de daadwerkelijke uitstoot van broeikasgassen weer op jaarlijkse basis.
Deze documenten zullen later deze verdieping nog verder aan bod komen. En wees gerust, er zullen nog veel meer leuke klimaatnamen- en afkortingen voorbij komen. Het moet natuurlijk allemaal wel een beetje verwarrend zijn, anders ben je ook zo snel door deze verdieping heen. Om je toch nog een beetje te helpen, kan je wel onderstaand quizje nemen om te kijken of je de klimaatnamen uit dit hoofdstuk al weet.
De regering Rutte-III wilde met een Klimaatakkoord tot maatschappelijke gedragen klimaatbeleid te komen. De regering stelde de kaders voor dit akkoord: het einddoel (49%-reductie) en een reductieopgave in megatonnen CO2-equivalenten per sector.
CO2-equivalenten? Waarom wordt deze term gebruikt voor het maken van klimaatbeleid?
Technische Praat met de Klimaat Veelvraat
CO2-equivalenten
Ik vind CO2-equivalenten nogal een moeilijk woord, kan dit niet wat makkelijker? Gewoon CO2 bijvoorbeeld?
Klimaatverandering wordt veroorzaakt door verschillende broeikasgassen, niet alleen CO2. Het is dus te beperkt om het alleen over CO2 te hebben.
Ik snap het. En waarom dan ‘equivalenten’?
De broeikasgassen gedragen zich allemaal anders in de atmosfeer. Om het overzichtelijk te maken, wordt de impact van deze gassen omgerekend in een vaste eenheid: CO2-equivalenten.
Hoe werkt dit precies?
Alle broeikasgassen worden omgezet in een hoeveelheid CO2 met hetzelfde opwarmingseffect, het global warming potential (GWP).
Heb je een voorbeeld hiervan?
Methaan is bijvoorbeeld een broeikasgas met een GWP van ongeveer 28. Over een periode van honderd jaar houdt één kilo methaan 28 keer meer warmte vast dan één kilo CO2. Methaan verdwijnt een stuk sneller uit de atmosfeer dan CO2, waardoor het in de eerste twaalf zelfs 86 keer meer warmte vasthoudt dan CO2.
Toppie, dank voor de uitleg. Welk broeikasgas vind je eigenlijk het lekkerst?
Oehh, lastige vraag. Ze hebben allemaal wel wat, ligt een beetje aan het moment van de dag. Maar ik ga nu eens een kilootje distikstofmonoxide eten, ik word daar nog grappiger van.
De totstandkoming van de opgaven per sector is niet heel simpel te volgen. Het 49%-doel staat helder in het regeerakkoord, maar de opgave per sector volgt uit een doolhof aan cijfers. Hieronder hebben we het doolhof wat makkelijker voor je gemaakt.
Kies voor de korte of lange uitleg om te leren hoe deze kaders voor het Klimaatakkoord zijn bepaald.
(1) De reductie uit het regeerakkoord: 56 megaton
(2) Een meevaller: een reductie van 45 megaton is maar nodig
(3) Voorstel van Rutte-III voor het Klimaatakkoord
De reductie uit het regeerakkoord: 56 megaton
De Nederlands uitstoot in 1990 was 221 megaton. In de Nationale Energieverkenning 2016 (NEV 2016), het document dat werd opgesteld door ECN, PBL, CBS en RVO om “een jaarlijks breed en feitelijk overzicht te geven van de ontwikkelingen van de Nederlandse energiehuishouding”, werd berekend dat, met vastgesteld beleid voor de start van Rutte-III, de uitstoot in 2030 168 megaton zou zijn. Deze reductie van (afgerond) 53 megaton is op de volgende manieren behaald:
o
De nationale broeikasgasemissies waren in de periode van 1990 – 2015 gedaald van 222 naar 198 megaton CO2-equivalenten: een reductie van 24 megaton. Deze daling is grotendeels toe te schrijven aan minder niet-CO2 broeikasgassen in de gebouwde omgeving en landbouw.
o
De verwachting was dat, met voorgenomen beleid bekend in 2016, broeikasgasemissies zouden dalen in de periode van 2015 – 2020 met 27 megaton. Dit kwam door de volgende reducties:
opvulling
o
Daling van 20 megaton in de elektriciteitssector door (1) de sluiting van vijf kolencentrales in 2020 (afspraak Energieakkoord), (2) een toename in de import van elektriciteit en (3) de groei van hernieuwbare elektriciteitsproductie.
opvulling
o
Daling van 3 megaton in de gebouwde omgeving door een afname in gasverbruik bij huishoudens en de dienstensector.
opvulling
o
Daling van 1,5 megaton in de mobiliteitssector door het gebruik van biobrandstoffen.
opvulling
o
Daling van 1,5 megaton door (1) minder methaanuitstoot bij stortplaatsen en (2) lagere uitstoot van methaanslip door minder gebruik van wkk-installaties.
opvulling
o
Daling van 1 megaton in de landbouwsector door (1) energiebesparing, (2) meer hernieuwbare energie en (3) meer gebruik van gasketels.
o
In de periode 2020 – 2030 zouden emissies dalen met ongeveer 3 megaton. Dit komt door de volgende zaken:
opvulling
o
Stijging van 6,3 megaton in de energie- en industriesector door (1) een groei in de fossiele elektriciteitsproductie en (2) een omslag rond 2023 van het exporteren van elektriciteit in plaats van importeren.
opvulling
o
Daling van 3,3 megaton in de gebouwde omgeving door (1) de versterkte handhaving van de wet milieubeheer voor bedrijven, (2) het verplichte label C voor kantoren en (3) (in kleine mate) door minder gasgebruik bij huishoudens.
opvulling
o
Daling van 2,4 megaton door minder aardgaswinning.
opvulling
o
Daling van 1,5 megaton door een zuiniger wagenpark.
opvulling
o
Daling van 1,4 megaton door minder WKK-installaties voor de land- en glastuinbouw.
Om op een reductie van 49% ten opzichte van 1990 uit te komen, was een maximale uitstoot van 112 megaton vereist. Hierdoor bleef er nog een restopgave van 168 – 112 = 56 megaton over. Dit was het getal dat in het regeerakkoord van Rutte-III stond.
Een meevaller: een reductie van 45 megaton is maar nodig
De nev 2017 laat zien dat de uitstoot in 2030 al daalt tot 154 megaton. Dit is 14 megaton meer dan de NEV 2016 stelde. Hierdoor is de opgave voor het kabinet Rutte-III nog maar 56 – 14 = 42 megaton. Na afrondingsverschillen wordt dit 41 megaton. In een update over het klimaatbeleid kwam hier een paar maanden later, in maart 2018, weer 4 megaton bij. Uiteindelijk werd de totale extra opgave vastgesteld op 45 megaton.
Een meevaller: een reductie van 45 megaton is maar nodig
Het kabinet Rutte-III had haar beleid op de cijfers van de NEV 2016 gebaseerd. In de NEV 2017 werd duidelijk dat beleid van voor Rutte-III al voor meer emissiereductie zorgde. In plaats van de ongeveer 3 megaton, zoals vermeld in de NEV 2016, werd nu al 17 megaton reductie behaald in de periode 2020 – 2030. Dit kwam door de volgende zaken:
o
Daling van 8 megaton in de elektriciteitssector door (1) afname van fossiele elektriciteit in aardgas gestookte WKK-installaties en kolencentrales en (2) een gunstige ontwikkeling van wind op zee
o
Daling van 3 megaton in de gebouwde omgeving
o
Daling van bijna 3 megaton van overige broeikasgassen
o
Daling van ongeveer 2 megaton in de land- en glastuinbouw
o
Daling van ongeveer 0,5 megaton in de mobiliteitssector
Zo hoefde het kabinet 17 – 3 = 14 megaton minder te reduceren. Hierdoor werd de extra opgave 41 megaton in plaats van 56 megaton. (N.B. verschil is hier 15 megaton in plaats van 14 megaton door afrondingsverschillen)
In maart 2018 kwam het PBL met een update over de kosten van de klimaat- en energietransitie. Hieruit bleek dat de resterende opgave niet 41 maar 45 megaton bedroeg. De reden was dat de sde+-regeling nog niet officieel was opengesteld na 2019.
De reductie uit het regeerakkoord: 56 megaton
Het 49%-doel vertaalde zich volgens het regeerakkoord in een extra reductiedoel van 56 megaton. Extra is hier het cruciale woord, want 56 megaton behelst niet de totale uitstoot voor 49%-reductie ten opzichte van 1990. Het is namelijk als volgt:
o
de uitstoot in 1990 was 221 megaton
o
een 49%-reductie betekent dat de emissies in 2030 maximaal 112 megaton mogen bedragen
o
en dat de totale reductie tot 2030 109 (221 – 112) megaton moet zijn
Het verschil tussen 56 en 109 megaton komt door het al vastgestelde beleid van voor de regering Rutte-III. Met dit eerdere beleid zouden emissies richting 2030 al met 53 megaton dalen naar een totaal van 168 megaton in 2030. Dit betekent dat, wanneer Rutte-III aantreed, Nederland eigenlijk al halverwege de 49% doelstelling is. De maatregelen die nog moeten worden bedacht gaan over de overige 25% van de 49%.
De reductieopgave van 56 megaton zou, volgens het regeerakkoord van Rutte-III, worden verdeeld over vijf sectoren:
elektriciteit
20 megaton
gebouwde omgeving
7 megaton
industrie
22 megaton
mobiliteit
3,5 megaton
landgebruik en landbouw
3,5 megaton
Voorstel van Rutte-III voor het Klimaatakkoord
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat beslist, na advies van het pbl, over de sectoropgave voor het klimaatakkoord:
elektriciteit
20,2 megaton
gebouwde omgeving
3,4 megaton
industrie
14,3 megaton
landbouw & landgebruik
3,5 megaton
mobiliteit
7,3 megaton
totaal
48,7 megaton
Voorstel van Rutte-III voor het Klimaatakkoord
In een notitie van maart 2018 geeft het PBL, op het verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), een update over kostenefficiënt klimaatbeleid. Hierin zijn zes pakketten berekend waarin de nieuwe beleidsopgave voor de 49%, de 45 megaton, wordt uitgevoerd. Het pakket wat werd gekozen door het EZK houdt rekening met de reductieopgave die na 2030 zou moeten plaatsvinden, zodat 95%-reductie in 2050 in zicht blijft.
In een kamerbrief geeft het kabinet vervolgens aan welke sectoropgaven gelden voor het Klimaatakkoord. Voor mobiliteit, landbouw en landgebruik is een andere keuze gemaakt dan geadviseerd door het PBL. Voor mobiliteit werd vastgehouden aan al eerder gestelde ambities uit het Energieakkoord, waardoor het doel hoger is. Voor landbouw en landgebruik wordt vastgehouden aan afspraken uit het regeerakkoord van Rutte-III, al tellen deze niet mee voor het 49%-doel.
Het totaaloverzicht is hierdoor als volgt:
| wdt_ID | Sectoren | Bestaand beleid | Regeerakkoord | PBL | Klimaatakkoord |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Elektriciteit & Industrie | 74 | 45 | 12 + 36 | 12 + 36 |
| 2 | Gebouwde omgeving | 18 | 13 | 15 | 15 |
| 3 | Landbouw | 23 | 19 | 23 | 22 |
| 4 | Landgebruik | 7 | 7 | --- | --- |
| 5 | Mobiliteit | 32 | 28 | 27 | 25 |
| 6 | Totaal | 154 | 112 | 113 | 110 |
Dit vertaalt zich in de volgende, extra opgave per sector:
elektriciteit
20,2 megaton
gebouwde omgeving
3,4 megaton
Industrie
14,3 megaton
landbouw & landgebruik
3,5 megaton
mobiliteit
7,3 megaton
totaal
20,2 megaton
Naast deze sectoropgaven gaf het kabinet ook de volgende kaders mee voor het Klimaatakkoord:
1
Sturen op één centraal doel: 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990
2
Kostenefficiëntie moet leidend zijn bij keuzes
3
Afspraken uit het regeerakkoord Rutte-III zijn het uitgangspunt
4
Maatregelen zijn toekomstgericht: focus op 2030, maar de periode erna niet uit het oog verliezen
5
Afspraken zijn concreet en volledig
6
Een integrale aanpak is nodig
7
Het akkoord dient het publieke belang
8
Afspraken zijn doorrekenbaar
We weten nu welke berekeningen leidden tot de opgaven voor het Klimaatakkoord. Er werden vijf ‘hoofdtafels’ opgericht, vernoemd naar de sectoren, en het kabinet nodigde meer dan 100 partijen uit om mee te onderhandelen. Samen moesten deze partijen de afspraken bepalen voor de opgave van elke sector.
Maar wat staat er nu uiteindelijk in het Klimaatakkoord? Dit laten we zien in het volgende hoofdstuk.