Ontdek hieronder de belangrijkste ontwikkelingen voor het Nederlands klimaatbeleid.
Op de 1972 Verenigde Naties Conferentie over het Menselijk Leefmilieu werd de term ‘duurzame ontwikkeling’ voor het eerst geïntroduceerd. Ook had de conferentie als doel om aandacht te vestigen op de toenemende wereldwijde milieuproblemen, zoals de groeiende hoeveelheid afval, water- en luchtvervuiling en de vermindering van biodiversiteit.
De eerste klimaatconferentie vond plaats in Genève in 1979. De Wereld Meteorologische Organisatie wilde met deze bijeenkomst de wetenschappelijke kennis over het klimaat beter verzamelen.
Deze conferentie leidde ook tot de oprichting van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 1988. Dit onafhankelijk, wetenschappelijk orgaan ging de Verenigde Naties informeren over klimaatverandering. Het IPCC bestaat nog steeds en bestaat uit duizenden wetenschappers van over de hele wereld. Het zesde, en hiermee meest recente, rapport van de IPCC kwam uit in 2021.
In de jaren ‘90 werd Nederland internationaal gezien als gidsland voor milieubeleid. In 1991 werd voor het eerst afgesproken om emissies te reduceren: de hoeveelheid CO2 moest met 3-5% zijn verminderd in 2020 ten opzichte van 1990.
Met het mondiale klimaatverdrag van 1992 (UNFCCC) werd wereldwijd de dreiging van klimaatverandering onderschreven. Het hoofddoel van het verdrag is het stabiliseren van broeikasgasemissies om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Vanaf 1995 komen landen jaarlijks bijeen in Conference of Parties (COPs) om de uitwerking van het verdrag nader te bepalen.
De Derde Energienota (1995) vormde niet alleen de basis van het huidige Nederland energiebeleid, met bijvoorbeeld de liberalisering van de energiemarkt, maar stelde ook een nieuw CO2-reductie doel: stabilisatie in 2020 ten opzichte van 1990.
De afspraken van het internationale Kyoto Protocol werden in 1997 vastgelegd: Nederlands moest haar broeikasgasemissies met gemiddeld 6% reduceren in de periode 2008 - 2012. Maximaal de helft van deze reductie mocht met activiteiten in het buitenland plaatsvinden.
In januari 2005 werd het European Union Emissions Trading Scheme (EU ETS) gelanceerd. Dit was het eerste, grote systeem om emissierechten te verhandelen, met als doel om emissies op een kosteneffectieve manier in Europa te reduceren.
Het kabinet Balkenende-IV kwam in het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’ (2007) met een nieuwe klimaatambitie: 30% minder broeikasgasemissies in 2020 ten opzichte van 1990. Dit zou bij voorkeur in Europees verband moesten worden geregeld.
Met het Akkoord van Parijs (2015) kwam de internationale gemeenschap, tijdens COP21, overeen om de opwarming van de aarde te beperken tot uiterlijk 2°C en te streven naar een beperking tot 1,5°C.
In 2013, mede door de maatschappelijke wens om de energievoorziening te verduurzamen, nam de Sociaal Economische Raad (SER) het initiatief om tot het Energieakkoord (2016) te komen. Hierin werden geen nieuwe emissiedoelen opgenomen, maar wel afspraken voor energiebesparing (100 petajoule per 2020) en opwekken van hernieuwbare energie (14% in 2020 en 16% in 2023).
Het Energierapport (2016) legde de doelen het Energieakkoord vast, samen met de toenmalige Europese ambitie om de CO2-uitstoot met 40% te verminderen in 2030 en in 2050 met 80-95% op Europees niveau.
De Energieagenda (2016) schetste de hoofdlijnen van het energiebeleid tot 2050. Per ‘functionaliteit’ (lage temperatuur warmte, hoge temperatuur warmte, kracht en licht en vervoer) werd een transitiepad naar 2050 beschreven.
Het regeerakkoord van Rutte-III (2017) stelde dat het haar plicht was om alles te doen om de doelen van het Akkoord van Parijs te halen. Uit deze belofte volgde de ambitie om emissies in Nederland met 49% reduceren in 2030 ten opzichte van 1990.
Het 49%-doel werd in mei 2019 wettelijk vastgelegd met de Nederlandse Klimaatwet. Hierin staat ook dat emissies in 2050 95% lager moeten zijn dan in 1990.
Het kabinet Rutte-III gaf de opdracht voor de totstandkoming van een maatschappelijk Klimaatakkoord. Meer dan 100 partijen kwamen in de zomer van 2019 tot een akkoord. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om het 49%-doel te realiseren.
De Klimaat- en Energieverkenning 2019 analyseerde dat emissies in Nederland in 2030 met 35% zouden verminderen ten opzichte van 1990, met een bandbreedte tussen de 28% en 39%. Dit was bepaald aan de hand van klimaatbeleid dat per 1 mei 2019 vastgesteld en voorgenomen was.
De Europese Commissie kondigde in december 2019 de Europese Green Deal aan. Dit pakket beleidsinitiatieven heeft als doel het realiseren van klimaatneutraliteit in de gehele Europese Unie in 2050. Hiermee wil men het Europese klimaatbeleid in lijn brengen met de afspraken uit het Akkoord van Parijs (2015).
De Klimaat- en Energieverkenning 2020 analyseerde dat emissies in Nederland in 2030 met 34% zouden verminderen ten opzichte van 1990, met een bandbreedte tussen de 30% en 40%. Dit is bepaald aan de hand van klimaatbeleid dat per 1 mei 2020 vastgesteld en voorgenomen was.
De Europese Klimaatwet, aangenomen in 2021, legt de doelstellingen van de EU Green Deal vast. Het stelt dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn en in 2030 haar emissies met minimaal 55% moet hebben gereduceerd ten opzichte van 1990.
In juli 2021 presenteerde de Europese Commissie een groot pakket aan klimaatmaatregelen onder de naam Fit for 55. Dit pakket focust op het halen van 55% emissiereductie in 2030 zoals geformuleerd in de Europese Klimaatwet. Het betreft aanscherpingen van doelen van het emissiehandelssysteem (EU ETS), voor niet-ETS emissies (ESR), emissies uit landgebruik (LULUCF), opwek van duurzame energie (RED), energiebesparing ((EED) en het belastingsysteem (Energy Taxation Directive). Het bevat ook nieuwe doelstellingen voor het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstof (ReFuelEU Aviation Initiative), de scheepvaart (FuelEu Maritime Initiative) en een CO2-heffing voor producten buiten de EU (CBAM).
De Klimaat- en Energieverkenning 2021 analyseerde dat emissies in Nederland in 2030 tussen de 38 - 48% zouden verminderen ten opzichte van 1990. Dit is bepaald aan de hand van klimaatbeleid dat per 1 mei 2021 vastgesteld en voorgenomen was.
Het coalitieakkoord van Rutte-IV (januari 2022) speelde in op de nieuwe Europese ambities van de Europese Green Deal. Het akkoord scherpt het reductiedoel voor 2030 aan tot ten minste 55%. Om dit doel zeker te halen, wordt beleid ontwikkeld wat ongeveer 60% emissiereductie in 2030 zou moeten behalen. Het emissiereductiedoel voor 2035 wordt 70% en voor 2040 80%.
De Klimaat- en Energieverkenning 2022 analyseerde dat emissies in Nederland in 2030 tussen de 39 - 50% verminderd zijn ten opzichte van 1990. Dit is bepaald aan de hand van klimaatbeleid dat per 1 mei 2022 vastgesteld en voorgenomen was.
REPower EU (2022) stelt nieuwe Europese doelen voor (1) energiebesparing (van 9% naar 13% in 2030), (2) opwek van duurzame energie (van 40% naar 45% in 2030) en (3) diversificatie van de herkomst van energie, voornamelijk voor aardgas.