Systeem 1 en Systeem 2 zijn de (versimpelde) concepten die we gebruiken om uit te leggen hoe ons brein beslissingen neemt. Het overgrote deel van de informatie die je binnenkrijgt, wordt verwerkt door Systeem 1. Het monitort continu wat er om je heen gebeurt en maakt op basis daarvan snelle analyses. Zonder dat je er erg in hebt vinden deze processen automatisch plaats.
Wanneer Systeem 1 het moeilijk krijgt, roept het de hulp in van Systeem 2. Door het volgen van (aangeleerde) procedures en regels los je een probleem met dit systeem op. Ook kan het goed de verschillen tussen opties in kaart brengen waardoor je beter keuzes kan maken. Wat de acties van Systeem 2 gemeen hebben, is dat ze veel energie kosten. Dit maakt Systeem 2 (noodzakelijke) lui: het komt pas in actie wanneer een gebeurtenis voor Systeem 1 onoplosbaar is.
Voor de meeste activiteiten die je onderneemt, is Systeem 1 de baas. Echter, als Systeem 2 wordt geactiveerd, bepaalt het in principe ook hoe iets gebeurt en heeft het het laatste woord in de besluitvorming. Dit betekent niet dat Systeem 1 volledig uit de deur wordt gegooid: veel informatie voor de besluitvorming van Systeem 2 leunt op informatie van Systeem 1. De keuzes uiteindelijk gemaakt door Systeem 2 rationaliseren en accepteren vaak ideeën en gevoelens aangereikt vanuit Systeem 1.
Handelt automatisch, snel en onafhankelijk
Creëert indrukken en gevoelens
Onderscheid het abnormale van het normale
Besluit over oorzaken en intenties
Negeert dubbelzinnigheid en twijfel
Focust op beschikbaar bewijs en negeert afwezig bewijs
Zorgt voor bekwame reacties en intuïties
Maakt inschattingen op basis van standaard waarden en voorbeelden
Is gevoeliger voor verandering dan specifieke waardes
Reageert sterker op verliezen dan winsten
Kan formaten en afstanden inschatten
Benadert problemen één voor één
Acteert traag, bewust en niet vaak
Gebruikt veel energie en heeft beperkte capaciteit
De auteur van de gedachtes die we hebben
Grijpt in wanneer Systeem 1 het probleem niet kan oplossen.
Volgt regels en procedures
Kan keuzes maken tussen verschillende opties
Is voorzichtig en bedachtzaam
Kan redeneren, plannen en complexe berekeningen te maken
Neemt vaak suggesties van Systeem 1 over in de zoektocht naar informatie en argumenten.
Kan suggesties van Systeem 1 weerstaan door te vertragen en te analyseren
De samenwerking tussen Systeem 1 en 2 is gebaseerd op efficiëntie. Systeem 1 zit aan het roer en werkt op de automatische piloot. Systeem 2 wacht rustig af. Zolang er geen hulp wordt gevraagd aan Systeem 2 gaat Systeem 1 door met het zo efficiënt mogelijk afhandelen van alle mogelijke informatie.
Toch gaat de samenwerking niet altijd goed. Soms versimpelt ons brein informatie te veel en te snel en vormen we verkeerde oordelen of maken we slechte beslissingen. Vooroordelen kunnen dus ontstaan op de volgende manier:
1
Een denkfout van Systeem 1 wordt niet herkend door Systeem 2
2
Systeem 2 grijpt niet in en accepteert hierdoor de foute reactie van Systeem 1.
3
In volgende situaties maak je dezelfde denkfout en wordt je reactie een systematische fout.
Ook kan het voorkomen dat Systeem 2 informatie van Systeem 1 fout verwerkt. Dit kan komen doordat Systeem 2 de situatie overdenkt of bedenkelijke redenen verzint om acties toch te ondernemen.
Ons brein neemt heel vaak de goede beslissingen, maar iedereen heeft ook last van vooroordelen. Het is lastig om elk vooroordeel te voorkomen: Systeem 1 laat zich niet makkelijk een ander beeld van de wereld voorschotelen.
Nu heeft niet elke beslissing waarin vooroordelen een rol spelen een grote impact op je leven. Maar bij belangrijke, complexe beslissingen is het wel fijn om vooroordelen zoveel mogelijk onschadelijk te maken.
Complexe beslissingen kunnen over vele verschillende onderwerpen gaan. Vaak zijn deze beslissingen moeilijk terug te draaien, waardoor de impact van vooroordelen groter kan zijn dan je zou willen. Er zijn acht factoren die complexe beslissingen zo lastig maken.
Meerdere variabelen spelen een rol
Je hebt een volledige analyse nodig vanuit meerdere invalshoeken
Je wordt gedwongen de toekomst te voorspellen
Ze bevatten verschillende niveaus van onzekerheid
Er zijn vaak tegenstrijdige doelen
Het noodzaakt oplossingen te bedenken die er nog niet zijn.
Je bent kwetsbaar voor fouten van Systeem 1
Falen van collectieve intelligentie ligt op de loer
Drie stappen kunnen je helpen om complexe beslissingen te nemen: (1) in kaart brengen, (2) voorspellen en (3) besluiten. Deze drie stappen wil je niet toepassen op elke simpele zaak in je leven, maar alleen voor de echt complexe beslissingen, aangezien het tijdsintensief is om deze stappen te doorlopen.
stap 1
in kaart brengen
Begin met het maken van een overzicht met daarin alle mogelijke opties. Het draait erom dat het helder is welke variabelen een rol spelen en hoe deze variabelen zich tot elkaar verhouden. De kunst is om afwijkende, diverse relaties tussen de variabelen te bedenken. De groep die kaart maakt moet niet naar een consensus toewerken, maar juist de verschillende richtingen op tafel leggen.
Voor stap 1 kan je de charrette methode gebruiken. Dit is een serie aan korte bijeenkomsten waarin een kleine groep mensen snel samenwerkt op een specifiek onderwerp. Het is een open proces en stakeholders komen samen in verschillende groepen. Door korte, repeterende terugkoppelingen te geven krijgen deelnemers een holistische blik op het onderwerp.
stap 2
voorspellen
De volgende stap is om naar de toekomst kijken. Je hebt creativiteit, inlevingsvermogen en logica nodig om goede voorspellingen te maken. In sommige disciplines kan je door middel van simulaties goed inzicht krijgen in de toekomst, maar ook spellen en verhalen zijn goede opties. Voor al deze vormen geldt dat je meerdere toekomstscenario’s moet verkennen. Een simpele manier om dit te doen is om drie opties uit te werken: een waar het beter wordt, een waar het slechter wordt en een waar iets geks gebeurd.
Voor stap 2 kan je een premortem gebruiken. In deze methode beeld je je in dat dat op een bepaalde tijd in de toekomst, zeg een paar maanden, jouw plan niet is geslaagd. Nu moet je beargumenteren waarom dit plan niet gelukt is en wat dit heeft veroorzaakt. Vaak pas je dit toe in een groep waarin meerdere oorzaken naar voren komen.
stap 3
besluiten
De eerste twee stappen helpen je het onderwerp vanuit nieuwe invalshoeken te bekijken. Het biedt je geen zekerheid over wat daadwerkelijk gaat gebeuren, maar bereidt je wel voor op de verschillende opties die er zijn. Op basis hiervan kan je dan een weloverwogen beslissing nemen. Soms is dat makkelijk en kan je de keuze snel nemen, met behulp van Systeem 1. Als een besluit niet gelijk makkelijk is, moet je afwegingen maken: je kan kiezen voor de optie met grootste kans op succes, minste risico op desastreus effect of de meest flexibele optie.
Voor stap 3 kan je een waardemodel gebruiken. In dit model staan de waardes die voor jou het meest belangrijk zijn. Deze hoeven niet altijd alleen met jezelf te maken hebben, maar kunnen ook jouw wereldbeeld weergeven. Deze waardes koppel je vervolgens aan de verschillende scenario’s voor een te nemen beslissing. Het scenario met de hoogste score is de beste optie om voor te gaan.
Dit was een samenvatting van de behandelde onderwerpen in deze verdieping. Nu is dit nog maar het topje van de ijsberg met betrekking tot dit fundamentele onderwerp. Ontdek in het volgende hoofdstuk hoe je nog verder kan leren. Ook reflecteren we op vooroordelen en geven je advies hoe hier mee om te gaan in het dagelijks leven.